Een schoonverklaring van een geaccrediteerd laboratorium vormt het sluitstuk van een asbestsanering. Bewoners, aannemers en opdrachtgevers moeten erop kunnen vertrouwen dat een vrijgegeven locatie veilig en vrij van asbest is. Toch troffen toezichthouders van de OMWB op meerdere vrijgegeven locaties nog zichtbaar asbesthoudend materiaal aan.
Het begon toen een toezichthouder binnen het gemelde tijdsbestek een sanering wilde controleren. Bij aankomst was het terrein verlaten en de vrijgave al bevestigd, terwijl met het blote oog nog resten asbesthoudend materiaal zichtbaar waren. Nadat meer toezichthouders vergelijkbare ervaringen meldden, paste de OMWB haar toezichtstrategie aan. Voortaan controleerde zij ook bewust na vrijgave.
Geschokt "Inmiddels hebben we op maar liefst veertig verschillende locaties al vastgesteld dat er na vrijgave nog asbesthoudend materiaal lag. We waren verrast maar vooral geschokt", zegt teammanager Leefomgevingskwaliteit Robert Hoogveld. Volgens hem blijven hierdoor zeer zorgwekkende stoffen achter in de leefomgeving, terwijl gebruikers te horen krijgen dat zij het perceel veilig kunnen gebruiken. "Dat noem ik milieucriminaliteit. Het heeft er in onze beleving alle schijn van dat wederzijdse afhankelijkheid tussen deze partijen en marktwerking de overhand krijgen boven integriteit." Geen enkele instantie heeft officieel de actieve rol om vrijgaven op zorgvuldigheid te controleren. De bevindingen roepen daardoor vragen op over het systeem als geheel. Landelijk signaal De OMWB besprak de resultaten in het Zuid-Nederlands Keten-Casusoverleg en stuurde vervolgens een brandbrief aan andere omgevingsdiensten. De oproep om ook na vrijgave te controleren leverde elders vergelijkbare signalen op. Later beschreef ook de Nederlandse Arbeidsinspectie de problematiek in een landelijk signaal. "Als we tijdens ons werk nieuwe risico's ontdekken, hebben we ook de verantwoordelijkheid om daar iets mee te doen. Niet alleen binnen ons eigen werkgebied, maar ook door andere partijen daarop te wijzen", zegt Robert.
"Als we tijdens ons werk nieuwe risico's ontdekken, hebben we ook de verantwoordelijkheid om daar iets mee te doen. Niet alleen binnen ons eigen werkgebied, maar ook door andere partijen daarop te wijzen".
Onafhankelijke eindinspectie
Robert ziet volledige onafhankelijkheid bij de aanwijzing van de eindinspecteur als mogelijke structurele oplossing. Daarmee verdwijnt de gelegenheid om onderlinge afhankelijkheden te laten ontstaan en financieel voordeel te behalen door minder zorgvuldig te werken.
Verzet Ondertussen merkt de OMWB dat een deel van de sector zich openlijk verzet tegen controles door omgevingsdiensten. Toezichthouders krijgen soms te horen dat zij geen rol hebben bij het controleren van vrijgaven. Om hun veiligheid te borgen en escalatie te voorkomen, gaan zij soms in duo's naar een sanering. Robert: "Onderaan de streep werkt het overgrote deel van de branche zorgvuldig en professioneel. Juist daarom is het belangrijk dat iedere schakel verantwoordelijkheid neemt voor een betrouwbaar stelsel." (tekst loopt door onder de foto)

"We zitten als toezichthouders met de handen in het haar"
De bevindingen van de OMWB staan niet op zichzelf. Ook de Nederlandse Arbeidsinspectie ziet tijdens haar toezicht dat locaties na een schoonverklaring niet altijd vrij blijken van asbest. Volgens inspecteur Victor Kin is dat een probleem waarvoor het huidige stelsel nog geen afdoende oplossing biedt.
"Sinds de eerste signalen ons bereikten zijn we hier bij de NLA extra scherp op en werken we intensiever met de OMWB samen om dit onderwerp bespreekbaar te maken”, vertelt Victor. Tegelijkertijd zitten we als toezichthouders een beetje met de handen in het haar. Hoe gaan we hier mee om? Ondertussen verandert er weinig tot niets."
De Arbeidsinspectie houdt tijdens asbestsaneringen toezicht op de arbeidsomstandigheden en kijkt onder meer of werknemers voldoende worden beschermd en verspreiding van asbest wordt voorkomen. Juist tijdens die controles stuit de inspectie regelmatig op situaties waarin ook de kwaliteit van de eindinspectie vragen oproept. "Niemand is toezichthouder op de eindinspectie-instellingen. De Raad voor Accreditatie houdt toezicht op het proces, niet op de praktijk.”
Volgens Kin verklaart dat waarom tekortkomingen niet altijd leiden tot een structurele verandering. "De saneerder is de partij die een boete krijgt in dit soort gevallen. De eindinspectie-instelling komt vaak weg met een klachtbrief en moet een procedure doorlopen. Dat verandert het systeem niet." Zodoende heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie volgens Victor meer fiducie in structurele aanpassingen dan in steeds meer controles achteraf. "Als het huidige systeem ertoe leidt dat saneringen mislukken, dan moet je ook durven kijken of het toezicht anders moet worden ingericht. Bijvoorbeeld door de eindinspectie onafhankelijk te organiseren, zodat onderlinge afhankelijkheden geen rol meer kunnen spelen." Volgens Kin vraagt dat om een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen in de keten. “De voortrekkersrol van de OMWB zou sowieso meer navolging moeten krijgen bij andere omgevingsdiensten. Het begint al door unaniem te erkennen dat een sanering is mislukt als er na een schoonverklaring nog asbest wordt aangetroffen. Als we dat formeel durven te concluderen en er vervolgstappen uit voortkomen, ontstaat er ruimte om het systeem structureel te verbeteren."