OMWB-ecoloog ziet toe op natuurinclusieve maatregelen

Gemeenten leggen steeds vaker vast dat nieuwbouw natuurinclusief is en ruimte moet bieden aan soorten zoals zwaluw, mus, vleermuis en egel. Op tekening klopt dat altijd. Maar komt het overeen met de realiteit? Bij 180 tijdelijke woningen aan de Dokter Bloemenlaan in Tilburg ging ecologisch toezichthouder Jurgen van Avezaath in opdracht van diezelfde gemeente met de plantekening in de hand op zoek naar het antwoord.

“Ik kies altijd voor een handzaam formaat”, zegt Jurgen gekscherend, terwijl hij de opgevouwen tekening openslaat zodra hij de nieuwbouw nadert. Op papier staan de groen- en natuurinclusieve maatregelen die bij de bouw van het complex van WonenBreburg zijn afgesproken. Geveltuinen, bomen, grasbetontegels, nestkasten en faunapassages. Jurgen loopt ze één voor één langs.

Sneeuwbes

Bij de eerste geveltuin slaat minimale twijfel toe. “Hier zou sneeuwbes moeten groeien”, constateert Jurgen. “Je ziet wel vaker dat de werkelijkheid anders is.” Hij maakt een foto en laat de app Obsidentify de plant herkennen. Een basterdsneeuwbes, blijkt. Jurgen lacht. “Toch een sneeuwbes. Dat had ik niet verwacht. Ik blijf ook leren zo.” Even verderop zoemen bijen rond de vlinderstruiken en hoog in een boom zit onverwacht een groene specht. Bomen, geveltuinen en de grasbetontegels die regenwater laten wegzakken: het klopt met de tekening.

Hoger

Dan gaat de blik omhoog. Aan de gevel hangen zestien vleermuiskasten en tien huismuskasten. Tellen alleen is niet genoeg. “Ik kijk altijd naar de hoogte. En vleermuiskasten mogen niet in het licht hangen. Deze hangen keurig en ver boven de straatverlichting en de aanvliegroutes zien er netjes uit.” Dat de kasten anders hangen dan gepland, deert niet. De kleur heeft wél een functie. “Zwart absorbeert, wit reflecteert. Wordt het koud, dan kiest een vleermuis voor een warmere kast. Is het heel warm, dan zit hij liever in een witte. Een huismus moet daarnaast dekking hebben. Eenmaal eigen gemaakt, gaan ze erin zitten kwetteren. Dan maken ze naar elkaar duidelijk: ‘hier woon ik’.”

Opgesloten

In de zuidhoek van het terrein stokt de rondgang. Volgens de tekening hoort hier een faunapassage onder het hekwerk. Jurgen zoekt, maar vindt niets. “Er zou gewoon een soort gat onder het hek moeten zitten, zodat egels en andere dieren eronderdoor kunnen en niet opgesloten raken.” In de oosthoek: hetzelfde beeld. In zijn controlerapport krijgen de faunapassages als enige het oordeel ‘niet akkoord’. “Dat moet echt gebeuren. De initiatiefnemer is eindverantwoordelijk, maar ergens in het proces is het niet goed afgestemd.” Elders is Jurgen mild. In de binnentuin staat in plaats van de geplande haag een kleurrijke mix van eenjarige en meerjarige planten. “Ik moet zeggen dat ik dit alternatief toch ook wel beter vind.”

Op tijd

“Hier ziet het er voor negentig, vijfennegentig procent goed uit”, concludeert Jurgen. Dat het ook anders kan, weet hij uit ervaring. In een nieuwbouwwijk bleken zo’n veertig van de 140 voorzieningen voor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen niet te zijn ingebouwd. “Dat zagen we nog tijdens de bouw, dus toen hebben we snel aan de bel getrokken bij de gemeente.” Daar zit volgens Jurgen de meerwaarde voor gemeenten. “De gemeente ontwikkelt het beleid en heeft de kennis vaak wel in huis. Maar niet de uitvoeringscapaciteit om te gaan kijken. Of hij dit werk graag doet? “Stuur mij maar naar buiten.”

Meer weten?

Met een soortenmanagementplan (SMP) vraagt een gemeente zelf ontheffing aan voor haar hele grondgebied, en is zij aanspreekbaar als het misgaat. De OMWB controleert of initiatiefnemers binnen die gemeenten de afgesproken maatregelen uitvoeren, ook bij landschappelijke inpassing. Meer weten? Neem contact op met Jurgen van Avezaath via j.vanavezaath@omwb.nl of 06-52857387.

Neem contact op

Meer lezen over het werk van Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant?

Abonneer je op OMWB [in beeld]