Industriële geur voor het eerst opgeteld
Ervaar je in de leefomgeving van Midden- en West-Brabant een onaangename geur, dan komt het vaak uit de industrie. Toch beoordeelden en herleidden we geur altijd per bedrijf, schoorsteen voor schoorsteen. Wat al die bedrijven sámen veroorzaken, wist niemand. Stagiair Roy van Swam maakte de optelsom.
“Zet je alle bedrijven in één model en laat je opnieuw rekenen, dan worden de contouren die elkaar overlappen opeens veel groter”, vertelt Roy van Swam, student Milieukunde aan HAS green academy. “De geurbelasting van het geheel is écht anders dan wanneer je de bedrijven los beoordeelt.” Een geurcontour is een lijn op de kaart rond een bedrijf, vergelijkbaar met een hoogtelijn op een wandelkaart. Binnen die lijn is de geur vaker dan een afgesproken aantal uren per jaar sterker dan een vaste waarde. Voor zijn stageonderzoek bij het cluster Lucht en geur van de OMWB bracht hij die stapeling in kaart. Geen overbodige luxe: de Omgevingswet vraagt gemeenten erom iets te doen met omgevingswaarden voor aanvaardbare geurbelasting.
Algoritme
Roy begon bij de klachten: 17.227 geurmeldingen bij de MilieuKlachtenCentrale, van 2017 tot en met 2025. “Die meldingen zijn niet ingedeeld op agrarisch of industrieel. Ik moest eerst zelf een soort klein algoritme in Excel maken om dat onderscheid te kunnen maken. Bedrijven met vijf of meer meldingen zijn samen al goed voor ruim negentig procent van alle meldingen.”
Ruim zestig procent blijkt over industriële geur te gaan. Tilburg, Dongen, Bergen op Zoom, Moerdijk en Breda staan bovenaan. “Veel meldingen komen voort uit incidentele overlast. Een garage die één keer per jaar met een bepaald chemisch middel werkt, kan dan bijvoorbeeld ineens heel veel hinder veroorzaken.”
Een mooie opsteker: het aantal meldingen is sinds 2017 bijna gehalveerd. Begeleider Paul Hubers, senior adviseur lucht en geur, ziet daarin het effect van aangescherpte vergunningen en strenger toezicht. “Maar we zijn er nog niet. Er worden immers steeds meer huizen gebouwd, dat veroorzaakt ook weer een nieuw spanningsveld.” (tekst loopt verder onder de video/foto)
Zoet
Voor de tien gemeenten met de meeste klachten zette Roy alle vergunde geuruitstoot in een rekenmodel. Vroeger telde de hedonische waarde mee (hoe onaangenaam een geur is, red.), waardoor aangename geuren meer ruimte kregen. Die methode is in 2024 wegens onbetrouwbaarheid ingetrokken.
Roy: “Juist bedrijven met aangename, zoete geuren hebben nu grote contouren. Die mochten altijd veel meer uitstoten.”
Vergund
De uitkomst: in alle tien gemeenten liggen woningen boven de zogeheten afwegingswaarde, die staat voor zo’n twee procent kans op ernstige hinder. In Bergen op Zoom, Breda, Moerdijk, Tilburg en Waalwijk liggen zelfs woningen boven de grenswaarde van ongeveer tien procent. Meestal gaat het dan om afzonderlijke woningen dicht in de buurt van een industrieterrein.
Alarmerend vindt Paul het niet. “In de bebouwde kom is het hinderniveau over het algemeen acceptabel. Af en toe ruik je iets, dat is nu eenmaal niet uit te sluiten want dit kan het gevolg zijn van bijvoorbeeld windstil weer. Maar hier en daar moet wel iets gebeuren om het risico op ernstige hinder te voorkomen.” Makkelijk is dat niet, want wat vergund is, blijft vergund (eerbiedigende werking, red.). “Een gemeente kan zo’n plek wél aanwijzen als aandachtsgebied en afspreken: over tien jaar willen we naar een lagere waarde. Dan kun je oude vergunningen actualiseren en strakker toezien op bijvoorbeeld geurbeheersplannen. Er zijn nog bedrijven met een beschikking uit 1998, dus qua actualisatie op weg naar verbetering is nog steeds werk aan de winkel, ondanks de afnemende trend in het klachtenregister.” (tekst loopt verder onder foto)
Spannend
Daar komt de OMWB in beeld. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan vastleggen hoeveel geurhinder zij aanvaardbaar vinden. Via het project SPRONG legt de OMWB hun ambitieniveaus voor, van nul procent ernstige hinder (optimaal) tot twee procent (redelijk).
Paul: “Geschreven alinea’s blijven niet zo snel plakken. Laat je echter de geurkaarten zien, dan weet in tien minuten iedereen waar we het over hebben. En dan zegt iedereen: ‘Jeetje, dat wordt nog spannend hier.’”
De kaarten komen in het omgevingsdossier van elke gemeente en het is de ambitie om deze vanaf 1 januari 2027 beschikbaar te hebben. Ook andere omgevingsdiensten kijken mee, want wij zijn de eerste omgevingsdienst die op deze wijze de geurbelasting laat zien op basis van vergund recht in de omgevingsvergunningen van de bedrijven.
Nul of twee
Lastige keuzes lijken onvermijdelijk. Paul: “De ene gemeente zal zeggen: ik wil nul procent hinder. De andere zegt: met wat er al vergund is, hebben we überhaupt niet de optie om heel streng te gaan. Beleidsmakers denken vaak: zoals het nu gaat, vind ik het wel prima. Zo redeneren is dus niet meer houdbaar.”

Meer weten over geur in uw gemeente? Neem contact op met Paul Hubers, senior adviseur lucht en geur, via p.hubers@omwb.nl of 06-52857531.