Glastuinbouw in 2026

"In theorie zou er geen druppel verloren moeten gaan"

Grootschalige teelt van aubergines, waarvan negentig procent voor export is bestemd, is big business in Dinteloord. Van Duijn De Jong teelt zijn gewassen op ruim 11 hectare. Milieutoezichthouder Nina de Graaf gaat voor het eerst sinds vijf jaar langs voor een reguliere controle en maakt samen met locatiemanager Tom de Jong een ronde door het bedrijf.


“Energieverbruik vormt voor ons bedrijf de grootste uitdaging.”

Tom wijst naar een aubergineplant en vertelt dat die in januari begint als een klein stekje en in oktober uitgroeit tot zo'n vijf meter hoogte. "Dan heb je het over een groei van zo'n tien centimeter per week", licht hij toe. Terwijl hij uitlegt hoe de teelt is georganiseerd, laat Nina haar blik over de rijen planten en het kasdek gaan. Om ongedierte buiten te houden is De Jong anno 2026 goed voorbereid. Wie denkt dat chemische bestrijdingsmiddelen nog gangbaar zijn, loopt achter op de praktijk.

"De kassen zijn al jaren afgeschermd met insectengaas bij de luchtramen. Kenmerkend voor dit gebied was voorheen de overlast van motten en daarna rupsen. Die vraten het blad en de vruchten aan. Mocht dat zich toch opnieuw voordoen dan vallen we terug op biologische bestrijdingsmiddelen zoals inzet van de roofwants of de sluipwesp. Afhankelijk van de plaag, rups, witte vlieg, luis of spintmijt bijvoorbeeld, zetten we dan de juiste natuurlijke vijand in." Nu nog nauwelijks zichtbaar wachten ze in kleine doosjes hun moment af. Pas wanneer een plaag zich aandient, vinden ze hun weg naar buiten.

De aubergines groeien op steenwolmatten die via dunne slangetjes worden voorzien van een concentraat van meststoffen en water uit het bassin. Het water dat niet door de planten wordt opgenomen, het zogenoemde drainwater, wordt opgevangen en teruggepompt naar een speciale silo. "Daar wordt het water ontsmet met behulp van Uv-straling, waarna het opnieuw zijn weg vindt naar de planten. In theorie zou er geen druppel verloren moeten gaan", zegt De Jong.

(De tekst gaat verder onder de foto)


“Wie denkt dat chemische bestrijdingsmiddelen nog gangbaar zijn, loopt achter op de praktijk.”

In de technische ruimte komt het energievraagstuk ter sprake. "Energieverbruik vormt voor ons bedrijf de grootste uitdaging", vertelt hij. "In 2021 hadden we natuurlijk de energiecrisis. Die konden we voor een deel het hoofd bieden doordat vijftig procent van onze afzet al vooraf was ingekocht, de andere helft ging voor dagwaarde weg. Maar nu de hoogte van de energiebelasting met name in 2030 serieus toeneemt, is het zaak dat we doen wat we kunnen." Tom heeft nog altijd hoop dat de beloofde pijpleiding met CO2 en restwarmte van de afvalverbranding in Roosendaal ooit nog zijn kant op komt. "Daarvoor staan jammer genoeg nog niet alle seinen op groen. Maar we wachten het rustig af."

Tot die tijd zijn de twee warmtekrachtkoppelingen onmisbaar. Deze kleine energiecentrales zetten gas om in warmte en elektriciteit. Overtollige warmte wordt opgeslagen in een warmtebuffertank en later opnieuw gebruikt, terwijl niet-benutte elektriciteit wordt teruggeleverd aan het stroomnet. Om de uitstoot zo schoon mogelijk te houden, wordt daarbij DeNOx toegevoegd, een mengsel van ureum en gedemineraliseerd water. Dat verklaart waarom Nina niet alleen de installaties controleert, maar ook de administratie die daarbij hoort. De Jong moet kunnen aantonen dat de boekhouding van de DeNOx op orde is. Ook moet duidelijk worden of verplichte inspecties tijdig zijn uitgevoerd. Aan de hand daarvan kan bijvoorbeeld worden vastgesteld of de rookgasreiniger goed functioneert en de stikstofuitstoot binnen de geldende emissiegrenswaarden blijft.

"Voor de opslag van gevaarlijke stoffen is de situatie wel iets gecompliceerder geworden", vertelt Nina. Ze maakt zorgvuldig aantekeningen van de aanwezige hoeveelheden salpeterzuur, ammoniumnitraat, magnesiumnitraat en kalksalpeter.

"Maar voor zowel de ondernemer als mij als toezichthouder ligt er nu een uitdaging. Met het vervallen van het overgangsrecht voor de glastuinbouw gelden sinds dit jaar de algemene regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor de opslag van gevaarlijke stoffen die verpakt zijn. Daardoor zijn tegenwoordig aanzienlijk kleinere hoeveelheden slechts nog toegestaan." Essentieel voor de bedrijfsvoering dus. Dat vraagt niet alleen wendbaarheid van ondernemers, maar ook van toezichthouders die de nieuwe regels in de praktijk moeten toepassen. Het is nog wachten op landelijke consensus hierin.

Nina: "Wat is redelijk? Praktijk en regelgeving moeten op dit punt nog naar elkaar toe groeien, laat ik het zo zeggen. Je ziet hier hoe dan ook een bedrijf met goede intenties en de aantoonbare bereidheid om duurzaam te investeren en processen goed te borgen. Daar worden we blij van."

Meer lezen over het werk van Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant?

Abonneer je op OMWB [in beeld]