[in profiel] Odette Verhappen, Brzo-toezichthouder
"Het is de kunst om in de geest van de wet te opereren. Maar wél gebaseerd op feiten."
Odette Verhappen is loyaal aan het milieu en heeft veiligheid hoog in het vaandel. Met een achtergrond in de chemische technologie werkte ze voor verschillende milieudiensten voordat ze haar plek als Brzo-toezichthouder vond bij de OMWB. "Sinds ik dit werk doe is er al veel veranderd. Ik weet nog dat je vroeger zowel wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) - als Brzo (Besluit risico's zware ongevallen)-inspecteur was. Daar hebben we bij de OMWB nu een tweedeling in gemaakt. Daardoor is er veel meer focus, maar dat maakt het wel noodzakelijk dat je in contact blijft met elkaar. Dat gaat in ons team bijna als vanzelf. Bij Brzo gaat het namelijk om de (externe) veiligheid, bij wabo meer om de emissies, bodem et cetera. Gedeeld belang Odette is van huis uit een chemisch procestechnoloog. “Procesveiligheid is een groot onderdeel van Brzo. Wat ik ook interessant vind, is de samenwerking. We gaan samen met Inspectie SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en de brandweer bij een bedrijf op controle. Je krijgt daardoor ook veel mee van die andere domeinen en overziet daardoor goed het gedeelde belang.” Einddoel “De meerwaarde van mijn werk ligt in de controle die nodig is bij bedrijven”, vertelt Odette. “Doen ze alles wat ze zeggen te doen? Naast veiligheid merk je dat milieu ook steeds belangrijker wordt. Het is lastig om te zeggen dat ik met mijn werk incidenten weet te voorkomen, dat is nogal kort door de bocht. Wat ik wel concreet weet te realiseren, is dat we bij bedrijven kunnen constateren wat de situatie is en daarop kunnen sturen. Het is helemaal niet gezegd dat dat alleen lukt met handhaving, daar gaat het niet om. Het gaat mij om het einddoel dat iedereen daar veilig zijn of haar werk kan doen en de omgeving ook gezond blijft.”
Verantwoord Odette moet daarbij wel eens laveren tussen wat theoretisch juist is en wat in de praktijk niet voldoende verantwoord is. “Ik geloof dat de omwonenden van Tata Steel een punt hebben bijvoorbeeld, die rapporten spreken duidelijke taal. Dat daarbij de overheid zich verweert door naar de onderliggende vergunning te verwijzen, dat is misschien wat makkelijk. Als de volksgezondheid in het gedrang komt moet je nog eens goed naar de voorwaarden in de vergunning kijken. Ik heb dat zelf ook wel eens bij de hand gehad. Er was echt sprake van een onveilige situatie bij een bedrijf waarbij uit de verouderde vergunningen niet helemaal duidelijk bleek of het nu wel of niet mocht. Toen heb ik toch enigszins een ‘grote broek’ aangetrokken. Op basis van vernieuwde richtlijnen die uiteindelijk toch wel in de toekomstige vergunning voorgeschreven zouden worden in combinatie met het Brzo, kon ik het toch voor mekaar krijgen dat het bedrijf ging doen wat nodig was om het veiliger te maken. (Tekst gaat onder de foto verder)
"Het gaat mij om het einddoel dat iedereen daar veilig zijn of haar werk kan doen en de omgeving ook gezond blijft."
Spanningsveld Uiteindelijk komt het erop neer dat bedrijven begrijpen waarom ik het niet oké vind. En dan hebben we het niet over gevoel, maar over een op feiten gebaseerd verhaal. Anderzijds, als ik constateer dat ik iets niet goed vind, maar een bedrijf is in staat om het goed onderbouwd te weerleggen, dan is dat ook goed. Als de veiligheid maar gegarandeerd is. Het is de kunst om in de geest van de wet te opereren. Maar wél gebaseerd op feiten. Dat is een interessant spanningsveld.” Overtuigen Odette denkt nog graag terug aan een specifieke casus. “Ik heb het zien gebeuren dat het ‘slechtste jongetje van de klas’ qua veiligheidscultuur zich wist te ontwikkelen tot een schoolvoorbeeld voor andere bedrijven. Dat bewerkstelligen, vergt overtuigingskracht. Je kunt het als toezichthouder weliswaar relateren aan middelen, zoals een veiligheidsbeheerssysteem, maar uiteindelijk komt het in essentie neer op een goed verhaal over kunnen brengen. Richtlijnen laten zich niet altijd kwantificeren. Het management kan weliswaar een goed verhaal hebben over veiligheid, maar die kaders moeten ook op de werkvloer duidelijk zijn. Als dat niet het geval is, is er werk aan de winkel. Dan komt het op overtuiging neer.”